Het recht op toegang tot de rechtspraak slaat op:
- Het niet naleven van het recht op toegang tot informatie. Elke persoon die vindt dat zijn vraag naar informatie werd genegeerd of onterecht afgewezen, of die vindt dat er onvoldoende mee rekening werd gehouden, kan beroep aantekenen tegen deze beslissing. Dat is eveneens het geval als hij vindt dat de procedure niet correct werd gevolgd.
- Het niet naleven van het recht op inspraak. Elke persoon die geen toelating kreeg om deel te nemen aan een besluitvomingsproces, hoewel hij daar recht op had, kan beroep aantekenen.
- Geschillen over inbreuken op het milieurecht. Het recht op toegang tot de rechtspraak geeft de burger ook de mogelijkheid om een foute toepassing of niet-naleving van milieuwetten en -beslissingen aan te klagen.
Wie kan dit recht uitoefenen?
Alleen de ‘betrokken persoon’ kan dat recht uitoefenen, dit in tegenstelling tot het recht op toegang tot informatie dat wordt verleend aan iedereen, zonder dat de persoon zijn betrokkenheid moet aantonen, en aan organisaties voor milieubescherming.
De overheid geeft wel een ruime interpretatie aan het begrip ‘betrokken persoon’. Elke persoon (individu, privébedrijf, vertegenwoordiger van de overheid …) kan naar de rechtbank stappen om zijn milieurechten te beschermen, met inbegrip van het ‘recht om te leven in een schone omgeving die zijn gezondheid en welzijn verzekert’.
Welke zijn de toegangsvoorwaarden?
Om iedereen gegarandeerde toegang te geven tot de rechtspraak, moet men beroep kunnen aantekenen tegen voorwaarden die redelijk zijn qua tijdsinvestering en kostprijs. De procedure moet dus gratis zijn ofwel heel weinig kosten.
U moet beroep kunnen indienen bij een gerechtelijke instantie of een ander onafhankelijk en onpartijdig orgaan dat bij wet werd opgericht. De overheidsinstelling waartegen de beroepsprocedure loopt, moet de eindbeslissing van deze instantie naleven.