Vlees: een grote impact op het milieu
Westerlingen gebruiken overdadig veel vlees. Een Belg consumeert gemiddeld 270 g vlees per dag. Overdadig vleesverbruik zorgt niet alleen voor gezondheidsproblemen (cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, obesitas, reuma, …), de vleesproductie legt ook een zware last op het milieu.
Als de voeding een derde uitmaakt van onze ecologische voetafdruk, dan komt de helft daarvan van vleesconsumptie. Want vleesproductie impliceert een belangrijk verbruik van natuurlijke rijkdommen. Enkele voorbeelden:
- Voor de productie van 1 kilo vlees is even veel tijd en oppervlakte nodig als voor de productie van 160 kg aardappelen.
- Met de hoeveelheid water die nodig is om één kilogram rundvlees te produceren, kunt u een jaar lang elke dag een douche nemen.
- Er is 7 liter benzine nodig voor elke kilo rundvlees op uw bord.
- De productie van een kilogram rundvlees veroorzaakt 80 keer zoveel broeikasgas als die van 1 kilogram graan, en evenveel als een autorit van 60 km.
Vis: uitstervende natuurlijke rijkdom
Heel wat vissoorten hebben tegenwoordig te lijden van overbevissing. Kabeljauw (schelvis), een soort die vroeger heel goedkoop was en geschikt voor elke beurs, verdween bijna volledig uit de rekken. Het is nu de meest bedreigde vissoort in de Noordzee.
Volgens de FAO (Food and Agriculture Organization) wordt slechts 3% van de wereldvisvoorraden onderbevist. 75% van de wereldreserves loopt gevaar: tonijn, heilbot, kabeljauw, heek, zwaardvis, zeetong, …
Tegenwoordig ligt het volume vis dat jaarliks gevangen wordt, hoger dan de natuurlijke aangroei. Het gevolg is dat de soorten langzaam uitsterven. Overbevissing is trouwens niet de enige oorzaak. Bepaalde methodes in de visvangst zijn fataal voor soorten die ‘per ongeluk’ mee in de netten verdwalen (grote aantallen dolfijnen, haaien, schildpaden, zeevogels). Of beschadigen de zeebodem (de beruchte sleepnetten).
Broeikasgas: Gas dat een gedeelte van de zonnestralen absorbeert en herverdeelt onder de vorm van stralingen, die andere gasmoleculen ontmoeten en zodoende het proces herhalen en het broeikaseffect veroorzaken, met een warmteverhoging als gevolg. De belangrijkste broeikasgassen waarvan de oorsprong voornamelijk met menselijke activiteiten verband houden zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en troposferisch ozon (O3).